Skip to content

Ramona over werken op KZG Groeipaleis

2 juni 2026

Ramona werkt inmiddels ruim tweeënhalf jaar op KZG Groeipaleis. Ze begon tijdelijk, als zwangerschapsvervanging. Dat ze uiteindelijk zou gaan werken op een Kinderopvangzorggroep (KZG) had ze toen niet direct verwacht. Toch werd ze na twee maanden opnieuw gebeld. De locatiemanager zag juist in haar de juiste persoon voor deze groep. Ramona besloot het een kans te geven. “Ik was best een ervaring rijker,”   zegt ze nu met een glimlach. Het bleek precies de uitdaging die ze miste.

Een ontwikkelplek waar kinderen écht gezien worden

Ramona werkt op een Kinderopvangzorggroep (KZG), maar zij noemt dit liever een ontwikkelplek. De kinderen op de KZG hebben extra zorg en ondersteuning nodig, vaak meer dan in het reguliere aanbod past. Ze legt uit dat de verschillen groot zijn: Kinderen vanuit de KZG stromen doorgaans door naar de OZG (onderwijszorggroep), speciaal onderwijs of naar het KDC (Kinderdagcentrum).

Wat deze plek bijzonder maakt, is de manier van kijken. “Ga eens kijken zonder verwachtingen naar de kinderen,” zegt Ramona. “Kijk naar wat een kind wél kan.”

Er wordt gewerkt met kleine, haalbare doelen, afgestemd op de ontwikkeling van ieder kind. Elk kind heeft een eigen mandje met materialen die passen bij hun niveau. Het dagprogramma biedt structuur, maar blijft flexibel. Er wordt gekeken naar wat een kind op dat moment nodig heeft.

Optimale ontwikkelkansen in de praktijk

Bij GMK staan optimale ontwikkelkansen voor ieder kind centraal. Ramona ziet elke dag wat dat betekent: een plek waar kinderen zich in hun eigen tempo kunnen ontwikkelen, met de ondersteuning die daarbij past. “Geen kind zou thuis moeten zitten omdat er geen passende plek is.”

Op KZG Groeipaleis krijgen kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen in een veilige omgeving, met deskundige begeleiding die aansluit bij hun behoeften. Ook ouders/verzorgers spelen daarin een belangrijke rol. Ramona en haar collega’s betrekken hen actief en doen soms huisbezoeken, zodat zij het kind beter leren kennen en ouders/verzorgers goed kunnen ondersteunen.

Op de groep werken zij bovendien nauw samen met medewerkers van het MOC Kabouterhuis. Door deze samenwerking ontstaat een passend en breed aanbod, waarbij de expertise van beide organisaties samenkomt om ieder kind zo goed mogelijk te begeleiden.

Samenwerken als kracht

Wat Ramona bijzonder vindt aan werken bij GMK, is de manier waarop collega’s met elkaar optrekken. Ze voelt zich gesteund door haar leidinggevende en zorgcoördinator, die haar veel vrijheid geven om te werken op een manier die past bij de kinderen én bij haar professionaliteit. “Of je het nou linksom aanvliegt of rechtsom, die ruimte word je gegeven,” vertelt ze.

Ook op de locatie zelf is de samenwerking sterk. De groep werkt midden tussen de reguliere groepen, waardoor kinderen elkaar ontmoeten en van elkaar leren. Buiten spelen ze vaak samen met een peutergroep, wat voor sommige kinderen precies de sociale prikkel is die ze nodig hebben.

Waardevolle relaties met ouders

Ouders/verzorgers voelen zich welkom op de groep, dat is iets wat Ramona heel belangrijk vindt. Ze leest regelmatig reacties van hen terug die de groep ervaren als een tweede thuis. Het mooiste dat Ramona bij is gebleven is: “Dat we een hart van goud hebben.’’ Voor Ramona is dat precies waar het om draait: vertrouwen, veiligheid en samen optrekken. Want oudergesprekken zijn niet altijd makkelijk, zeker wanneer er zorgen zijn. Maar doordat de relatie sterk is, kunnen die gesprekken toch in openheid plaatsvinden. Daarbij krijgen ze trainingen en ondersteuning vanuit het MOC Kabouterhuis, zodat ze blijven groeien in hun vak.

Werk dat ertoe doet

Wat zou Ramona zeggen tegen iemand die twijfelt om op een ontwikkelgroep te gaan werken? Ze hoeft niet lang na te denken: “Kom kijken. Grote kans dat je nooit meer weg wilt.”

Het werk is intensief, maar ook enorm waardevol. “Je leert anders kijken, beter relativeren en je groeit elke dag als professional.” Natuurlijk zijn er ook zware momenten, bijvoorbeeld wanneer een kind moeite heeft met het reguleren van emoties. “Maar als je dan ziet dat er al tien procent vooruitgang is, voelt dat als een enorme winst.”

Benieuwd of dit werk ook bij jou past?